Casus van de Herman Broerenschool: syndroom van Down - TouchToTell
17834
post-template-default,single,single-post,postid-17834,single-format-standard,woocommerce-no-js,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,columns-4,qode-theme-ver-9.4.2,wpb-js-composer js-comp-ver-5.5.5,vc_responsive
TouchToTell bij syndroom van Down

Casus van de Herman Broerenschool: syndroom van Down

Inleiding

In cluster 3 onderwijs zijn er veel leerlingen met problemen in de communicatie. Door intensieve spraak-taal therapie en begeleiding worden de logopedische doelen niet altijd behaald. Om de leerlingen wel te kunnen laten communiceren wordt er gebruik gemaakt van ondersteunende communicatie hulpmiddelen.(Totale communicatie – Oskam & Scheres)

Deze casus betreft F. Een jongen van 11 jaar met Downsyndroom. F. communiceert graag, maar is slecht verstaanbaar voor zijn omgeving. Dit zorgt voor veel frustratie bij F.

Beginsituatie

F. zit in een onderwijs-zorg groep op het ZML onderwijs. Dit is een groep met 8 leerlingen die intensieve begeleiding nodig hebben. Er is bij F. sprake van een TLV hoog. F. communiceert in 2-3 woord zinnen ondersteund met NmG gebaren. F. is voor zijn omgeving zeer slecht verstaanbaar.

Voorgeschiedenis

Voordat F naar school ging, heeft hij een KDC bezocht. Hier heeft hij twee keer in de week individuele logopedische behandeling gehad. Hier is gewerkt aan het vergroten van de woordenschat met hierbij NmG gebaren. Er is gewerkt aan het maken van zinnen met behulp van pictogrammen en er is gewerkt aan het verbeteren van zijn spraak.

F. is brildragend en heeft AHO hoortoestellen beiderzijds.

Diagnostiek

Observatie

Motoriek: F. is motorisch onhandig. Hij maakt grote bewegingen en heeft moeite met zijn fijne motoriek. F. heeft fysiotherapie.
Concentratie: F. kan zich een langere tijd concentreren als hij een activiteit leuk vindt. Hierin is het belangrijk dat hij niet wordt afgeleid door anderen uit zijn omgeving.

Sociaal/emotioneel: F. wil graag helpen en haalt grapjes uit bij anderen. Als hij niet mag helpen of als anderen grapjes bij hem uithalen, wordt hij boos. F. kan dan fysiek worden naar anderen. Communicatie: F. communiceert graag met anderen. Hij komt vaak met verhalen op school. Hierbij maakt hij op een goede manier contact. Doordat hij niet goed verstaanbaar is en daardoor niet goed begrepen wordt, treedt er frustratie op bij F. Hij wordt boos en loopt weg.

 

Diagnose

Er is bij F. sprake van een achterstand in de algehele ontwikkeling in combinatie met Downsyndroom. De spraak-taalontwikkeling blijft achter in vergelijking met andere ontwikkelingsgebieden.

Therapiedoelen

Na de plaatsing op school waren doelen gesteld voor F. voor het verbeteren van de spraak- taalontwikkeling. De doelen van het KDC werden voortgezet. Hierbij lag de aandacht op het vergroten

van de woordenschat en het verbeteren van de uitspraak. Tijdens de therapie is er gebruik gemaakt van 3D materiaal gericht op verschillende zintuigen, afbeeldingen, spelletjes en activiteiten. Na een jaar therapie is er wel groei te zien, maar de frustraties bij F. tijdens communicatie worden steeds groter. In overleg met ouders, leerkracht en intern begeleider is besloten om een traject te starten om een communicatie hulpmiddel aan te vragen. Hierbij is het einddoel:

F. is niet meer gefrustreerd tijdens communicatie, doordat hij een gesprek kan voeren met behulp van een passend communicatie hulpmiddel.
Hierbij zijn deze korte termijn doelen van toepassing:
In overleg met ouders en leerkracht wordt een passend ondersteunend hulpmiddel gezocht.

De logopediste test het hulpmiddel tijdens de individuele logopedische behandeling.
De logopediste vraagt het hulpmiddel aan bij de instantie.
De logopediste traint het communicatiehulpmiddel in bij F.
De logopediste begeleidt leerkracht en ouders bij het gebruik van het communicatiehulpmiddel in de dagelijkse situatie.

Therapiewerkwijze

Na het overleg met ouders, de leerkrachten en de intern begeleider waren er meerdere eisen gesteld aan het communicatiehulpmiddel. We wilden een hulpmiddel dat er voor F. aantrekkelijk uit zag, wat makkelijke te bedienen was voor F., maar ook voor meerdere begeleiders en wat tegen een stootje kan. F. vindt het leuk om spelletjes te doen op een iPad en hij weet goed hoe een iPad werkt en hoe hij deze moet bedienen. Zo kwam de app van TouchToTell ter sprake. Na een testperiode tijdens de individuele logopedische behandeling bleek dat F. interesse had in de app en dat hij de pictogrammen snel begreep. De oefeningen in de app zelf deed hij snel goed en ook tijdens oefeningen van de logopedische behandelingen over kleuren en over lichaamsdelen pakte hij de iPad om hem te ondersteunen. Na deze positieve ervaringen is de app aangevraagd en geïnstalleerd op een iPad. Ouders en leerkrachten zijn geïnstrueerd en door middel van oefenmomenten en het steeds meer uitbreiden van deze momenten is F zijn iPad met TouchToTell gaan gebruiken bij zijn communicatie.

Resultaten

F. is niet meer gefrustreerd tijdens communicatie, doordat hij een gesprek kan voeren met behulp van een passend communicatie hulpmiddel.
F. heeft nu een iPad met de app van TouchToTell. Hij is voorzichtig met de iPad en heeft hem op zijn tafel liggen in de klas. De andere leerlingen weten ook dat hij van F. is en dat zij er niet aan moeten komen. F. zet hem in als hij iets wil vragen of iets wil vertellen. Dit doet hij aan de hand van de standaard pictogrammen in de app, maar ook aan de hand van foto’s die er door ouders of andere begeleiders in worden gezet. De leerkrachten in de klas en ook ouders thuis merken veel minder frustratie bij F. Als hij erg enthousiast is, vergeet hij soms zijn iPad te gebruiken. Als F. dan niet begrepen wordt, heeft hij een korte instructie nodig, maar kan zijn TouchToTell dan gelijk inzetten.

F. gebruikt de TouchToTell app als ondersteuning naast zijn verbale communicatie. Hij communiceert ook nog met spraak en NmG gebaren. Dit zet hij in bij korte vragen of reacties op vragen. Ook tijdens het gebruik van de app communiceert hij verbaal.
De logopedische therapie zal worden voortgezet om zijn spraak-taalontwikkeling te blijven stimuleren en nog te laten groeien.

Discussie

Een communicatie hulpmiddel is leerling/cliënt/patiënt gericht. Per persoon moet gekeken worden wat het beste past. Dit is situatie gebonden, waar en wanneer wordt het hulpmiddel ingezet? Maar het is ook afhankelijk van wat de mogelijkheden zijn van een persoon. De TouchToTell app heeft veel opties. Hij kan op niveau worden gevuld, zodat de opties om te kiezen passen bij de cliënt. Foto’s erin zetten is makkelijk en kan door iedereen worden gedaan, hierbij kan ook gesproken tekst worden toegevoegd. Er zitten oefeningen in om mensen gewend te laten raken aan de pictogrammen en het gebruik van de app. Je kunt ook eenvoudig eigen oefeningen maken met eigen foto’s naast het vocabulaire van TTT, uit een persoonlijk communicatiescherm. Er kan samen gewerkt worden door het communicatieprofiel te delen. En het is mogelijk om met 1 knop draadloos de TTT te bedienen. Een iPad gebruiken is niet voor iedereen geschikt, hierdoor kan ook niet iedereen de app gebruiken. De app kan worden aangevraagd via RdgKompagne.

Auteur

Marein Mounier-van Rutte
Logopedist Herman Broerenschool en college. Verhagenplein 9, 2671 HS Naaldwijk

Summary

F. is a boy with down syndrome. There are problems in the communication. It is hard for people to understand F. He is getting frustraded about not being understand. To help F. he did get a iPad with the app TouchToTell. With this app he has an communication tool which can support him in communication with others.

Because of the TouchToTell app F. can communicate with people without being frustrated anymore.

Literatuur

Boeken

Blokhuis A & N. v. Kooten (2011) Je luistert wel, maar je hoort me niet, Maklu. Oskam.E. & W. Schreres (2016) Totale Communicatie, Springer Media t.v