Hoe kun je een woordweb inzetten om woorden begrijpelijker te maken?

Een woordweb helpt de gebruiker om via een herkenbaar sleutelwoord toegang te krijgen tot meerdere woorden en zinnen die ermee te maken hebben.

Maar u kunt het ook andersom gebruiken:

Een moeilijk of abstract woord wordt dan het sleutelwoord. Met herkenbare associaties maakt u het woord begrijpelijk en toepasbaar in de communicatie.

Beide manieren zijn waardevol en kunnen het taalgebruik van de gebruiker ondersteunen.

Advies: begin altijd laagdrempelig, met een sleutelwoord dat de gebruiker makkelijk herkent en dat dicht bij zijn of haar belevingswereld ligt.

Voorbeelden van abstracte sleutelwoorden:

Sleutelwoord: ‘Waar’

Associaties: herkenbare foto’s van plaatsen uit de omgeving van de gebruiker, die functioneel zijn in de communicatie (bijvoorbeeld: werk, school, thuis, winkel, ziekenhuis, apotheek, speeltuin, zee, op zolder, in de tuin).

Sleutelwoord: ‘Wie’

Associaties: herkenbare personen die belangrijk zijn voor de gebruiker (bijvoorbeeld: mama, verpleegkundige, juf, mijn partner, mijn baas, mijn kind, de dokter).

Sleutelwoord: ‘Wanneer’

Associaties: ochtend, middag, avond, nacht, klok met tijd, kalender, agenda , de dagen van de week mits goed herkenbaar